Suzanne Aslander

Suzanne Aslander

Goed in gesprek 9 praktische tips voor effectieve communicatie

effectief communiceren

Wist je dat bij communiceren de moeilijkheid meestal niet zit in het praten, maar juist in het luisteren? En dat een glimlach van groot belang is voor een succesvolle communicatie? Lees dit blog en pas direct de belangrijkste praktische tips voor een effectieve communicatie toe.

Goed communiceren is essentieel: zowel thuis als op het werk. In de zorg heb je voortdurend contact met anderen. Je moet zorgen voor duidelijke afspraken met collega’s en teamleiders, maar ook met patiënten, cliënten en hun familie.

  1. Wat is een goed gesprek?

Een goed gesprek is een dialoog. Dat is een gesprek tussen twee of meer mensen waarbij over en weer wordt begrepen wat de ander denkt, voelt of vindt. Je wilt weten wat de ander bezighoudt.

De volgende dingen zijn van belang bij het voeren van een goed gesprek:

  • Luister actief.
  • Maak oogcontact.
  • Neem de tijd.
  • Zoek niet naar een oplossing.
  • Respecteer de privacy van de ander.
  1. Het effect van je lichaamshouding

Wist je dat jouw lichaamstaal (= non verbale communicatie) vele malen belangrijker is dan je stem? En dat jouw non verbale communicatie meer dan de helft (55%) van jouw communicatie uitmaakt? Met lichaamstaal bedoel ik onder meer het gebruik van je hoofd, armen en handen. Maar ook je houding en je ademhaling spelen hierbij een belangrijke rol. Je stem heeft met 38% een stuk minder effect op het gesprek dan je lichaamstaal.

Voor een goed gesprek is het is erg belangrijk dat je stem, datgene wat je zegt en je lichaamstaal goed met elkaar op een lijn liggen.

  1. Goed observeren

Tijdens je gesprek is het belangrijk om alles goed te observeren. Om te beginnen gebruik je al je zintuigen. Zorg er ook voor dat je de werkelijkheid waarneemt. Dus enkel de feiten tellen hier mee. Wat hoor je, wat zie je en wat voel je? En dat niet alleen bij de ander, maar ook bij jezelf. Ga na wat er bij jou in je hoofd omgaat.

  1. Luisteren, samenvatten en doorvragen

LSD staat voor: luisteren, samenvatten en doorvragen. Zo kun je het contact met je gesprekspartner versterken, zodat je als zorgprofessional snel achterhaalt wat er speelt en waar je patiënt /cliënt daadwerkelijk behoefte aan heeft.

Wist je dat onze hersenen gewend zijn om automatisch dingen in te vullen? In gesprekken gaat dat onbewust ook zo. Daarom is het zo belangrijk om goed te luisteren. Probeer actief te luisteren, waarbij je een open houding hebt en degene aankijkt.

Door te luisteren, geef je aan dat je de ander (letterlijk en figuurlijk) hoort en ziet. Als je het verhaal kort samenvat, maak je duidelijk dat je je gesprekspartner begrijpt. Let erop dat je het in je eigen woorden samenvat, waarbij je ook de emoties omschrijft die je zijn opgevallen. De D staat tenslotte voor doorvragen. Daarmee toon je interesse en maak je de inhoud van het gesprek concreet. Ook kun je op die manier de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden.

  1. Richt je volledig op de ander

Als je écht luistert en de aandacht op de ander richt, is het effect dat jij op de ander hebt, dat jij serieus geïnteresseerd bent. Zo ontstaat sympathie voor jou. Misschien levert dat jou nu niet direct iets op, maar op de lange termijn zeker wel. Mensen gaan je eerder respecteren en nemen je in de toekomst veel serieuzer.

Mijn extra tip: gebruik letterlijk de woorden die de ander heeft gebruikt. Zo ben je goed afgestemd op de ander. Degene weet op die manier dat jij zijn/haar woorden hebt gehoord en begrepen.

  1. Stel de juiste vragen

Zorg ervoor dat je in een gesprek de juiste vragen stelt. Ten eerste is het belangrijk dat je enkele vragen stelt. De ander kan dan gericht jouw vraag beantwoorden. Als je meerdere dingen in 1 vraag voorlegt, raakt de ander verward en krijg jij geen duidelijk antwoord.

Probeer zoveel mogelijk open vragen te stellen. Zo krijg jij de meeste informatie van je gesprekspartner. Vermijd gesloten vragen, waarop het antwoord ja of nee kan zijn.

Vraag ook altijd door. Een paar voorbeelden: Hoe zie jij dit voor je? Wat betekent dit voor jou? Hoe weet jij dat? Wat bedoel je precies? Wat levert het je op? Hoe denk je daar over?

Gebruik geen suggestieve vragen. Dat zijn vragen waarmee jij de ander al een bepaalde richting in ‘duwt’. Vermijd tenslotte in alle gevallen de ‘waarom’ vraag. Deze vraag roept vaak verdediging op bij de ander en dat wil je niet.

  1. Pas jouw communicatiestijl aan

Zoals ik al aangaf: het gaat bij communicatie niet alleen om wát je zegt, maar vooral ook om de manier waarop je dat doet: je communicatiestijl dus. Wijkt die te veel af van die van je gesprekspartner? Dan praat je letterlijk langs elkaar heen en zal jouw boodschap niet overkomen.

Andersom geldt dat natuurlijk ook. Hoe jij de communicatiestijl van een ander waardeert en beoordeelt, hangt onder andere af van jouw eigen stijl. Als die van jou op die van je gesprekspartner lijkt, is de kans groter dat je zijn wijze van communiceren ‘begrijpt’ en prettig vindt.

Probeer daarom af te stemmen op de ander en gebruik zijn of haar woorden. Als de ander vooral vanuit emotie spreekt, kun jij je ook hierop aanpassen.

  1. Laat af en toe stiltes vallen

Het is niet erg als er eens een stilte valt; sterker nog … een stilte kan zelf iets toevoegen aan het gesprek omdat er meer ruimte is om na te denken. Stiltes hoef je niet te vullen met woorden, ook al ben je sterk geneigd om iets te zeggen omdat het soms ongemakkelijk aanvoelt. Het zijn juist ideale

momenten om datgene wat is gezegd, te laten landen of om geïnspireerd te worden.

  1. Laat je oordeel thuis

Onthoudt dat het voor een goed gesprek van belang is, dat je de boodschap van de ander zo ontvangt en opvat zoals degene het ook heeft bedoeld. Dan begrijp je elkaar.

Het kan gebeuren dat je bepaalde signalen voor jezelf verkeerd opvat of anders invult dan bedoeld. Je gaat dan al snel oordelen. Dat leidt tot miscommunicatie o zelfs tot fouten, onenigheden en incidenten. Dat moet je natuurlijk te allen tijde zien te voorkomen.

Ken je het ezelsbruggetje: Laat OMA (wat vaker) thuis? OMA staat voor Oordelen, Meningen, Adviezen. Hiermee wordt bedoeld dat we die zaken achterwege moeten laten in onze communicatie. Dit is best lastig. Op het moment dat iemand je iets vertelt, roept dit meteen bepaalde dingen op in ons referentiekader. En dan gaan we het in hokjes plaatsen. Vervolgens geven we het gedrag (onbewust) een bepaald oordeel. En zo staan we meteen klaar met allerlei adviezen. Probeer je hier bewust van te zijn.

Na het lezen van deze 9 tips weet je waar je op moet letten om effectief te communiceren. Doe er je voordeel mee. Sommige dingen kun je niet zo 1-2-3 veranderen, maar door er actief mee bezig te zijn, ga je steeds beter in gesprek.

Heb jij nog een gouden communicatietip? Deel hem hieronder

 

Wist je dat bij communiceren de moeilijkheid meestal niet zit in het praten, maar juist in het luisteren? En dat een glimlach van groot belang is voor een succesvolle communicatie? Lees dit blog en pas direct de belangrijkste praktische tips voor een effectieve communicatie toe.

Goed communiceren is essentieel: zowel thuis als op het werk. In de zorg heb je voortdurend contact met anderen. Je moet zorgen voor duidelijke afspraken met collega’s en teamleiders, maar ook met patiënten, cliënten en hun familie.

  1. Wat is een goed gesprek?

Een goed gesprek is een dialoog. Dat is een gesprek tussen twee of meer mensen waarbij over en weer wordt begrepen wat de ander denkt, voelt of vindt. Je wilt weten wat de ander bezighoudt.

De volgende dingen zijn van belang bij het voeren van een goed gesprek:

  • Luister actief.
  • Maak oogcontact.
  • Neem de tijd.
  • Zoek niet naar een oplossing.
  • Respecteer de privacy van de ander.
  1. Het effect van je lichaamshouding

Wist je dat jouw lichaamstaal (= non verbale communicatie) vele malen belangrijker is dan je stem? En dat jouw non verbale communicatie meer dan de helft (55%) van jouw communicatie uitmaakt? Met lichaamstaal bedoel ik onder meer het gebruik van je hoofd, armen en handen. Maar ook je houding en je ademhaling spelen hierbij een belangrijke rol. Je stem heeft met 38% een stuk minder effect op het gesprek dan je lichaamstaal.

Voor een goed gesprek is het is erg belangrijk dat je stem, datgene wat je zegt en je lichaamstaal goed met elkaar op een lijn liggen.

  1. Goed observeren

Tijdens je gesprek is het belangrijk om alles goed te observeren. Om te beginnen gebruik je al je zintuigen. Zorg er ook voor dat je de werkelijkheid waarneemt. Dus enkel de feiten tellen hier mee. Wat hoor je, wat zie je en wat voel je? En dat niet alleen bij de ander, maar ook bij jezelf. Ga na wat er bij jou in je hoofd omgaat.

  1. Luisteren, samenvatten en doorvragen

LSD staat voor: luisteren, samenvatten en doorvragen. Zo kun je het contact met je gesprekspartner versterken, zodat je als zorgprofessional snel achterhaalt wat er speelt en waar je patiënt /cliënt daadwerkelijk behoefte aan heeft.

Wist je dat onze hersenen gewend zijn om automatisch dingen in te vullen? In gesprekken gaat dat onbewust ook zo. Daarom is het zo belangrijk om goed te luisteren. Probeer actief te luisteren, waarbij je een open houding hebt en degene aankijkt.

Door te luisteren, geef je aan dat je de ander (letterlijk en figuurlijk) hoort en ziet. Als je het verhaal kort samenvat, maak je duidelijk dat je je gesprekspartner begrijpt. Let erop dat je het in je eigen woorden samenvat, waarbij je ook de emoties omschrijft die je zijn opgevallen. De D staat tenslotte voor doorvragen. Daarmee toon je interesse en maak je de inhoud van het gesprek concreet. Ook kun je op die manier de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden.

  1. Richt je volledig op de ander

Als je écht luistert en de aandacht op de ander richt, is het effect dat jij op de ander hebt, dat jij serieus geïnteresseerd bent. Zo ontstaat sympathie voor jou. Misschien levert dat jou nu niet direct iets op, maar op de lange termijn zeker wel. Mensen gaan je eerder respecteren en nemen je in de toekomst veel serieuzer.

Mijn extra tip: gebruik letterlijk de woorden die de ander heeft gebruikt. Zo ben je goed afgestemd op de ander. Degene weet op die manier dat jij zijn/haar woorden hebt gehoord en begrepen.

  1. Stel de juiste vragen

Zorg ervoor dat je in een gesprek de juiste vragen stelt. Ten eerste is het belangrijk dat je enkele vragen stelt. De ander kan dan gericht jouw vraag beantwoorden. Als je meerdere dingen in 1 vraag voorlegt, raakt de ander verward en krijg jij geen duidelijk antwoord.

Probeer zoveel mogelijk open vragen te stellen. Zo krijg jij de meeste informatie van je gesprekspartner. Vermijd gesloten vragen, waarop het antwoord ja of nee kan zijn.

Vraag ook altijd door. Een paar voorbeelden: Hoe zie jij dit voor je? Wat betekent dit voor jou? Hoe weet jij dat? Wat bedoel je precies? Wat levert het je op? Hoe denk je daar over?

Gebruik geen suggestieve vragen. Dat zijn vragen waarmee jij de ander al een bepaalde richting in ‘duwt’. Vermijd tenslotte in alle gevallen de ‘waarom’ vraag. Deze vraag roept vaak verdediging op bij de ander en dat wil je niet.

  1. Pas jouw communicatiestijl aan

Zoals ik al aangaf: het gaat bij communicatie niet alleen om wát je zegt, maar vooral ook om de manier waarop je dat doet: je communicatiestijl dus. Wijkt die te veel af van die van je gesprekspartner? Dan praat je letterlijk langs elkaar heen en zal jouw boodschap niet overkomen.

Andersom geldt dat natuurlijk ook. Hoe jij de communicatiestijl van een ander waardeert en beoordeelt, hangt onder andere af van jouw eigen stijl. Als die van jou op die van je gesprekspartner lijkt, is de kans groter dat je zijn wijze van communiceren ‘begrijpt’ en prettig vindt.

Probeer daarom af te stemmen op de ander en gebruik zijn of haar woorden. Als de ander vooral vanuit emotie spreekt, kun jij je ook hierop aanpassen.

  1. Laat af en toe stiltes vallen

Het is niet erg als er eens een stilte valt; sterker nog … een stilte kan zelf iets toevoegen aan het gesprek omdat er meer ruimte is om na te denken. Stiltes hoef je niet te vullen met woorden, ook al ben je sterk geneigd om iets te zeggen omdat het soms ongemakkelijk aanvoelt. Het zijn juist ideale

momenten om datgene wat is gezegd, te laten landen of om geïnspireerd te worden.

  1. Laat je oordeel thuis

Onthoudt dat het voor een goed gesprek van belang is, dat je de boodschap van de ander zo ontvangt en opvat zoals degene het ook heeft bedoeld. Dan begrijp je elkaar.

Het kan gebeuren dat je bepaalde signalen voor jezelf verkeerd opvat of anders invult dan bedoeld. Je gaat dan al snel oordelen. Dat leidt tot miscommunicatie o zelfs tot fouten, onenigheden en incidenten. Dat moet je natuurlijk te allen tijde zien te voorkomen.

Ken je het ezelsbruggetje: Laat OMA (wat vaker) thuis? OMA staat voor Oordelen, Meningen, Adviezen. Hiermee wordt bedoeld dat we die zaken achterwege moeten laten in onze communicatie. Dit is best lastig. Op het moment dat iemand je iets vertelt, roept dit meteen bepaalde dingen op in ons referentiekader. En dan gaan we het in hokjes plaatsen. Vervolgens geven we het gedrag (onbewust) een bepaald oordeel. En zo staan we meteen klaar met allerlei adviezen. Probeer je hier bewust van te zijn.

Na het lezen van deze 9 tips weet je waar je op moet letten om effectief te communiceren. Doe er je voordeel mee. Sommige dingen kun je niet zo 1-2-3 veranderen, maar door er actief mee bezig te zijn, ga je steeds beter in gesprek.

Heb jij nog een gouden communicatietip? Deel hem hieronder.

 

Blog delen?

Share on linkedin
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Wil jij 'less stress & more happiness'?

Schrijf je hieronder in voor inspiratie, motivatie en een liefdevolle stok achter de deur ;-)

Pak je me-time!

Me-time is belangrijk Noodzakelijk zelfs om alles in evenwicht te houden en je energie te geven om alle ballen in de lucht te kunnen houden.

Lees verder »

Schrijf je hieronder in voor mijn inspiratie, motivatie en een liefdevolle stok achter de deur ;-)

Gratis primeur!

E-book
'Tem je brein'

Maak korte metten met stress, gepieker en onrust in je hoofd.

Dit is een hoofdstuk uit mijn net verschenen boek 'Zorg met zin: handboek voor de bevlogen & vitale zorgprofessional'.